18, 19 en 20 april 18, 19 en 20 april

Rembrandt (boven) Kopie naar het Laatste Avondmaal
van Leonardo da Vinci (voor Da Vinci zie hieronder) (c.

1635) Schets, Metropolitan Museum of Art, New York

Witte Donderdag
Aanvang: 19.30 uur
Met viering maaltijd van de Heer, zittend rondom
de tafel
Organist: Geert Postma
Voorganger: ds. Peter Pit
Lector: Douwine Reitsma

Orgelspel

Binnenkomst kerkenraad en voorganger

Welkom en mededelingen

Aanvangslied Psalm 81:1 en 4  zo mogelijk staande
1.Jubel God ter eer,                                                                   4. Hark, in stimme seit
Hij is onze sterkte!                                                                         frjemde, nije dingen:
Juich voor Isrels Heer,                                                                   Alle swierrichheid
stem en tegenstem                                                                       giet foarby, Ik jou
springen op voor Hem                                                                  troch myn bûn fan trou
die ons heil bewerkte.                                                                  jim myn segeningen.

Drempelgebed
Vg.: Eeuwige God,
op deze avond vol betekenis,
komen wij tot U:
Met alles wat ons blij maakt
En alles wat ons neerdrukt
Met een honger
die wij zelf niet kunnen stillen
Allen: U bent voor ons een broodhuis

Een wijngaard die het hart verblijft. .
Vg.: Wees hier aanwezig
Allen: en  verzadig ons met uw overvloed.
Amen.
Groet

Vg.: De Heer zij met u.
Allen: Zijn Geest is in ons midden.
Amen.

U kunt gaan zitten
Gebed
Schriftlezing Matteüs 26:20-25 NBV  door Douwine Reitsma
Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. Onder het eten zei hij tegen hen: 'Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.' Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: 'Ik toch niet, Heer?' Hij antwoordde: 'Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.' Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: 'Ik ben het toch niet, rabbi?' Jezusantwoordde: 'Jij zegt het.'
Meditatie
bij schriftlezing en de schets ‘Kopie naar het Laatste
Avondmaal van Leonardo da Vinci’ van Rembrandt.
Zie bladzijde 2.
Lied Psalm 116:1 en 6
1. God heb ik lief, want die getrouwe Heer
nam, toen ik riep, met toegenegen oren
mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen
en levenslang ben ik niet eenzaam meer.

6. Hoe zal ik naar geloften, toen gedaan,
nu danken voor de redding van mijn leven?
Ik heb de kelk van 's Heren heil geheven
en noem voor heel het volk zijn grote naam.

Tafelgebed
Vg.: Kijk naar ons met liefde, Heer,
zoals wij hier samen zijn.
Op deze avond danken wij U,
want toen zijn uur gekomen was,
heeft Jezus in zijn grote liefde
deze maaltijd aan zijn leerlingen gegeven,
en dus ook aan ons,
zodat wij zijn leven en sterven
gedenken en verkondigen.
Wij prijzen U,
samen met allen die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd,
en wij eren U:
Allen: Heilig, heilig, heilig Heer,God van kracht en macht.
Hemel en aarde zijn vol van uw glorie.
Gezegend de koning van het heelal.

Schriftlezing Matteüs 26:26-28 NBV  door Douwine Reitsma
Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: 'Neem, eet, dit is mijn lichaam.' En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: 'Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.

Allen: Wij danken U, Jezus onze Heer.
Vg.: Zend uw Geest in ons midden,
en beweeg ons tot vrede,
gerechtigheid en zorg voor uw schepping.
Jezus, Lam van God,
dat de zonde van de wereld draagt,
Allen: ontferm U over ons.

Bij brood en wijn
Vg.: Dit brood is eerst graan geweest,
uitgestrooid over velden en heuvels,
daarna geoogst en bij elkaar gebracht
en uiteindelijk gebakken tot één brood.
Dit brood is er dankzij het werk
van veel mensen over de hele wereld.
Wij danken U, Heer onze God,
dat U onze ziel voedt
met brood uit de hemel.
Wij bidden dat, zoals die graankorrels
met elkaar verbonden werden
tot één brood,
wij en alle mensen van de wereld
in vrede samenwonen.
Allen: Amen.
Vg.: Als het Joodse volk tijdens hun paasfeest
de bevrijding uit de slavernij viert,
is de wijn teken van vreugde en vrijheid.
Onze Heer Jezus sprak over de wijn
het nieuwe verbond in zijn bloed,
een nieuwe relatie van vreugde en vrijheid.
Wij danken U, Heer onze God,
voor het nieuwe verbond
door Christus Jezus.
Wij bidden
dat uw vreugde en vrijheid
ons zal doorstromen
als wij drinken
van de wijn van het koninkrijk.
Allen: Amen.

Vredegroet
Wij geven de mensen om ons heen een hand en
wensen elkaar de vrede van Christus toe.
Mededelingen over Collecte Diaconie

Nodiging tot de maaltijd van de Heer
Vg.: De Heer heeft zijn tafel bereid
voor wie op Hem vertrouwen
en Hem liefhebben.
Christus nodigt ons
om dankbaar en gelovig
brood en wijn uit zijn hand te ontvangen.

Delen van brood en wijn
Er is brood, wijn en druivensap. Tijdens de viering is er orgelspel.

Lied 653:2 en 5 ‘U kennen, uit en tot U leven’ als gebed na de viering
Gij zijt het brood van God gegeven,
de spijze van de eeuwigheid;
Gij zijt genoeg om van te leven
voor iedereen en voor altijd.
Gij voedt ons nog, o hemels brood,
met leven midden in de dood.

Gij zijt de wijnstok van het leven,
in duizend ranken uitgebreid,
het leven, ons in U gegeven,
draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed,
doorstroom ons met uw hartebloed.

Lezing Johannes 14:27-31  zo mogelijk staande
Vg.: Jezus sprak:
“Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik. Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is. Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.”

In stilte verlaten wij de kerk.
Eerst de kerkenraad en de voorganger en daarna wij allen. Deze dienst wordt morgenavond voortgezet.
 
Goede Vrijdag
19.30 uur
Met het gebed bij de zeven kruiswoorden (Iona)
Organist: Wiep Boersma
Voorganger: ds. Peter Pit
Lector Schriftlezing: Anja de Jong
Lector kruiswoorden: Tjerk Wiersma

We zetten de dienst van gisteravond voort. In de kerk is het stil. Er is geen orgelspel vooraf. De dienstdoende kerkenraadsleden en voorganger nemen gelijk met de gemeenteleden plaats in de kerk en wachten in stilte tot de dienst begint.

Gebed bij de zeven kruiswoorden (wij blijven zitten)
Vg.:      Eeuwige God,
Als wij ons doel missen, is er bij U vergeving.
Allen:   U belooft ons hemelse heerlijkheid,
U geeft ons aan elkaar.
Vg.:      Wij kennen verlatenheid, angst, pijn,
wij zien de bittere dood om ons heen.
Allen:   Wij dorsten naar U, het levende water.
Vg.:      Volbreng met ons wat U wilt,
Allen:   wij geven ons aan U over.
Amen.

Lied 562:1,2 en 3 ‘Ik wil mij gaan vertroosten’
Verzen 1 en 3 uit Liedboek, vers 2 uit it Fryske Lieteboek
  1. Ik wil mij gaan vertroosten
    in ’t lijden van mijn Heer,
    die zelf bedroefd ten dode
    terneer boog keer op keer
    en zocht in zijn ellende
    naar troost om voort te gaan,
    tot Hem wil ik mij wenden-
    o Jesu, zie mij aan
  2. Hear, gean Jo by ús wei
    en driuwt it swurk?
    Litt’ Jo ús inkeld nei
    jo leafdewurk?
    Moatt’ wu ús no foargoed
    mei de ierde rêde,
    en mei jo fredegroet
    it lêste wurd net wêze?
  3. Mijn Heer die om mijn zonden
    in doem en duisternis
    ontluisterd en geschonden
    aan ‘kruis gehangen is,
    al ben ik U onwaardig,
    mijn toevlucht is uw naam,
    mijn redder, mijn genade -
    o Jesu, zie mij aan.
Schriftlezing Johannes 19:16b-25 Bijbel in Gewone Taal (lector: Anja de Jong)
Toen namen de soldaten Jezus mee. Hij droeg zelf het kruis. Zo kwam hij op de plaats die in het Hebreeuws Golgota genoemd werd. Dat betekent: schedelplaats. Op die plaats hingen de soldaten Jezus aan het kruis. Ze hingen ook twee andere mannen aan een kruis. Het kruis van Jezus stond in het midden, tussen de twee andere kruisen in. Pilatus had een bordje op het kruis laten maken. Daarop stond: ‘Jezus uit Nazaret, de koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn. Het werd door veel Joden gelezen. Want de plaats waar Jezus aan het kruis hing, was vlak bij de stad.
De priesters gingen naar Pilatus en zeiden tegen hem: ‘Er moet niet ‘De koning van de Joden’ op staan, maar ‘Deze man beweert dat hij de koning van de Joden is’.’ Maar Pilatus zei tegen hen: ‘Zo heb ik het geschreven, en zo blijft het staan.’
Vier soldaten hadden Jezus aan het kruis gehangen. Ze hadden hem zijn kleren afgenomen, en die verdeelden ze nu onder elkaar. Het hemd van Jezus bleef over, want dat was gemaakt uit één stuk stof. De soldaten zeiden tegen elkaar: ‘We moeten dat hemd niet in vier stukken scheuren. Laten we erom loten.’
Zo moest het gaan. Want in de heilige boeken staat: «Ze verdelen mijn kleren, en ze loten om mijn hemd.» Dat was precies wat de soldaten deden.
Bij het kruis van Jezus stonden vier vrouwen. Het waren zijn moeder Maria en haar zus, en verder Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Lied 576a:1 ‘O hoofd vol bloed en wonden’
  1. O hoofd vol bloed en wonden,
    bedekt met smaad en hoon,
    o hoofd zo wreed geschonden,
    uw kroon een doornenkroon,
    o hoofd eens schoon en heerlijk
    en stralend als de dag,
    hoe lijdt Gij nu zo deerlijk!
    Ik groet U vol ontzag.

Meditatie bij schriftlezing en schets ‘De drie kruisen’

Lied 576a:7
  1. Wees Gij om mij bewogen
    en troost mijn angstig hart.
    Voer mij uw beeld voor ogen,
    gekruisigde, uw smart.
    Dan zal ik vol vertrouwen,
    gelovig en bewust,
    uw aangezicht aanschouwen.
    Wie zo sterft, sterft gerust.

GEBEDEN BIJ DE ZEVEN KRUISWOORDEN (naar een gebed van de oecumenische Iona gemeenschap in Schotland)

Lector: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.”  – Lucas 23: 34
Vg.:      Vader, vergeef ons.
Neem van onze levens, van onze zielen,
van onze gewetens,
alles wat anderen pijn heeft gedaan;
de onverschilligheid,
die ons gevoelloos heeft gemaakt
voor het lot van mensen.
Lam van God, dat de zonden der wereld weg neemt,
Allen:    ontferm U over ons.
Vg.:      Op deze dag, op dit uur,
ongeacht ons geloof of ons gebrek aan geloof,
laten wij tot diep in ons hart doordringen
de woorden die ons vrij maken:
je zonden zijn je vergeven,
je zonden zijn je vergeven.
…gebedsstilte…
Vader,
neem van onze levens, van onze zielen,
alles wat ons neerdrukt en klein houdt,
de dingen waarvan we niet weten wat we doen
en de gevolgen niet beseffen.
Allen:    Vermoeid en belast komen wij tot U.
Vg.:      Lam van God, uw juk is zacht en uw last is licht.
Allen:    ontferm U over ons.
Vg.:      Op deze dag, op dit uur
laten wij tot diep in ons hart doordringen
wat Jezus zei:
kom tot mij,
allen die vermoeid en belast zijn
En ik zal jullie rust geven.
Ik zal jullie rust geven.
…gebedsstilte…
Onrustig blijft ons hart
totdat het rust vindt in U.
Allen:    Amen.

Lied 836:1 en 4 ‘O Heer, die onze Vader zijt’
Melodie volgens oude Liedboek voor de kerken

O Heer die onze Vader zijt,      
vergeef ons onze schuld.
Wijs ons de weg der zaligheid
en laat ons hart, door U geleid,
met liefde zijn vervuld.

Leg Heer uw stille dauw van rust
op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust
hoe schoon uw vrede is.

Lector: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.”
 – Lucas 23: 43
Vg.: Gedenk ons,
niet vanwege onze indrukwekkende prestaties,
niet vanwege de dingen,
waarvan we hopen
dat ze later over ons gezegd zullen worden,
niet vanwege het goede
dat we soms laten zien,
of vanwege het tegoed
dat we denken te hebben
op onze morele rekening.
Gedenk ons als één van de criminelen,
die aan uw zijde hing.
Als het leven ons vandaag geen paradijs geeft,
houdt dan een plaats voor ons vrij.
Allen:    Amen.

Lied 577:2 en 3 ‘O wereld, zie uw leven’
  1. Wie heeft U zo geslagen,
    waarom moet Gij verdragen
    die bitterheid en pijn?
    Gij zijt toch zonder zonde,
    toch niet in ’t kwaad gebonden
    als wij en onze kind’ren zijn.
 
  1. Ik ben het, ik moest boeten,
    met handen en met voeten
    genageld aan uw kruis.
    O Here, die uw leven
    voor mij hebt prijsgegeven,
    gedenk mij in het paradijs.

Lector: “Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: 'Dat is uw zoon,' en daarna tegen de leerling: 'Dat is je moeder.' – Johannes 19: 26-27

Vg.:      Voor onze families,
wanneer ze open, liefdevol en ondersteunend zijn,
mag hun vreugde bewaard blijven.
Heer, hoor ons,
Allen:   Hoor ons in genade.
Vg.:      Voor onze families,
wanneer ze gespannen, geplaagd en gebroken zijn,
dat zij een weg mogen vinden door de pijn heen
en niet een vluchtroute er vandaan.
Heer, hoor ons,
Allen:   Hoor ons in genade.
Vg.:      Voor onze kerken,
wanneer ze risico’s nemen om dromen te dromen
en gasten te verwelkomen,
dat zij verrast mogen worden door vreugde.
Heer, hoor ons,
Allen:   Hoor ons in genade.
Vg.:      Voor onze kerken,
wanneer ze op zichzelf gericht zijn geraakt,
de vreemdeling wantrouwen,
de kracht van hun tradities niet meer kennen
en vernieuwingen niet meer aandurven.
Heer, hoor ons,
Allen:   Hoor ons in genade.
Vg.:      Voor onszelf, in deze plaats van aanbidding,
omgeven door mensen,
die een andere levensweg afleggen,
waar we de diepte niet van kennen,
dat wij mogen weten
dat wij bij elkaar horen.
Heer, hoor ons,
Allen:   Hoor ons in genade.
Vg.:      En voordat wij dit kerkgebouw verlaten,
als er iemand is,
aan wie wij meer liefde zouden moeten betonen,
vestig dan onze blik op die persoon,
zoals u de blik van Maria op Johannes
en Johannes op Maria vestigde.
Allen:   Amen.

Lied 975:3 ‘Jezus roept hier mensen samen’ (melodie Lied 754)
3.         Jezus roept ons tot de ander,
zo verschillend als wij zijn,
ras of huidskleur, rangen, standen -
Jezus trekt geen scheidingslijn.
Ga met vrienden en met vreemden,
ga met mensen, groot en klein,
ga met zaligen en zoekers,
die op zoek naar waarheid zijn.


Lector: “Eli, Eli, lema sabachtani?” wat betekent: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” – Matteüs 27: 46

Vg.: Heer Jezus,
mogen wij door uw schreeuw van eerlijkheid,
verlost worden van een oppervlakkig geloof,
dat bang is voor het duister.
Niet zodat wij pessimistisch zouden worden,
maar dat wij de diepte van uw vreugde leren kennen.
Geef ons daarom, wanneer wij het nodig hebben,
de moed om te twijfelen,
    om boos te worden,
    om van mening te veranderen,
    om vragen te stellen,
    om te klagen tegen de hemel,
    totdat wij weten dat we gehoord worden.
Wij vragen niet om makkelijke antwoorden;
er zijn al zovelen die ons dat kunnen geven.
Wij vragen dat wij uw medeleven mogen merken.
Dat zal genoeg zijn om ons te laten weten
dat wij niet alleen wandelen of alleen huilen;
dat zal ons helpen om het duister in te gaan
en licht in de morgen te vinden.
Allen: Amen.

Lied Psalm 22:1
  1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
    en blijft zover, terwijl ik tot U schrei,
    en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
    Hoe blijft Gij zwijgen?
    Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
    bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
    maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
    in klacht op klacht.

Lector: “Ik heb dorst.” – Johannes 19: 28
Vg.:      U hebt ons geschapen naar U.
Wij hebben met de tekortkomingen
van ons lichaam en ons verstand leren leven.
Toch hunkert en dorst er iets in ons,
naar iets beters, iets groters,
waarvan wij weten dat het er is.
Wij zien de teleurstelling:
in kapotte dromen,
die het verdienen bewaarheid te worden,
in gemiste kansen,
die ons bij vreugde
en niet bij frustratie hadden moeten brengen,
in mensen, van wie hun mogelijkheden
weggestopt en ontkend zijn
en die het verdienen om op te bloeien.
Er is zoveel in het leven dat een beslissing vraagt.
Daarom danken wij U voor dit hunkeren,
danken wij U voor deze dorst.
Dank U voor dit verlangen naar U,
dank U, dat wij de volheid van de eeuwigheid
bemerken in de beperkingen van de tijd.

Allen:   Amen.

Lied Psalm 42:1
  1. Evenals een moede hinde
    naar het klare water smacht,
    schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
    die ik ademloos verwacht.
    Ja, ik zoek zijn aangezicht,
    God van leven, God van licht.
    Wanneer zal ik Hem weer loven,
    juichend staan in zijn voorhoven?

Lector: “Het is volbracht!” – Johannes 19: 30
Vg.:      Heer Jezus,
U hebt vastberaden gedaan wat u moest doen,
U hebt ons overtuigd van uw weg,
U hebt ons een voorproefje van de hemel gegeven
en ons deelgenoot gemaakt van uw koninkrijk.
U hebt van tevoren gezegd
dat uw aardse weg ten dode liep en zo is het gegaan;
maar U hebt ook verteld
dat het niet het einde zou zijn
en dat het door zou gaan.
Daarvan proberen wij getuigen te zijn
in onze kerk en in ons leven,
in onze dorpen en in onze wereld.
Allen:   Amen.
Lied 590:1 en 2 ‘Nu valt de nacht’
  1. Nu valt de nacht. Het is volbracht:
    de Heer heeft heel zijn leven
    voor het menselijk geslacht
    in Gods hand gegeven.

     
  2. De wereld gaf Hem slechts een graf
    zijn wonen was Hem zwerven;
    al zijn onschuld werd Hem straf
    en zijn leven sterven.
Lector: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest.” – Lucas 23: 46
Vg.:      De Vader, die zijn Zoon geroepen had, riep hem terug.
Hij kon niet voor eeuwig aan dit leven vasthouden,
en wij kunnen dat ook niet.
In uw handen leggen wij onze geest:
als het leven ons bij de handen afbreekt
en de eindigheid ons tot in de diepste vezels zit.
In uw handen leggen wij onze geest:
elke nacht weer als het donker is en de zorgen groot.
Bewaar ons in geloof,
verlicht ons in het duister,
vervul ons met hoop,
verdiep ons door de liefde.
In uw eeuwige handen zijn wij veilig –
Samen met allen die ons zijn voorgegaan.

Allen:   Amen.

Lied 575:1 “Jezus, leven van ons leven”
  1. Jezus, leven van ons leven,
    Jezus, dood van onze dood,
    Gij hebt U voor ons gegeven,
    Gij neemt op U angst en nood,
    Gij moet sterven aan uw lijden
    om ons leven te bevrijden.
    Duizend, duizendmaal, o Heer,
    zij U daarvoor dank en eer.
Lezen Johannes 19:28-30 – gesproken bij de Paaskaars (we gaan zo mogelijk staan)
Vg.:      Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: 'Ik heb dorst.' Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: 'Het is volbracht.' Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

Uitblazen Paaskaars.

Wij spreken de tekst van lied 575:6
Vg.:      Dank zij U, o Heer des levens,
Allen:   Die de dood zijt doorgegaan,
Vg.:      Die uzelf ons hebt gegeven
Allen: Ons in alles bijgestaan,
Vg.:      Dank voor wat Gij hebt geleden,
Allen:   In uw kruis is onze vrede.
Vg.:      Voor uw angst en diepe pijn
Allen:   Wil ik eeuwig dankbaar zijn.

De Paaskaars en de liturgische kleden worden weggehaald.

Wij verlaten in stilte de kerk. De dienst wordt morgenavond om 21.00 uur voortgezet met de viering van Paasnacht.
 
Paasnacht

Aanvang: 21.00 uur
Organist: Folkje Koster
Voorganger: ds. Peter Pit
Medewerkers aan de dienst: Anja de Jong, Douwine Reitsma, Cilia Hiemstra, Teatske Broersma, Clazina Reitsma, Wietse Reitsma,

Wij zetten de dienst voort die al op Witte Donderdag begonnen is. Vanavond gaan wij van de stille zaterdag naar het Paasfeest toe. De dienst begint in stilte en halfduister. Op de dienstdoende diakenen na, gaan kerkenraadsleden en voorganger samen met de gemeente in de kerk zitten. Wij zijn allemaal stil.

Stilte

Gebed naar ‘Gebed op Stille Zaterdag’ van ds. Alexander Veerman (wij blijven zitten)

Vg.:      Eeuwige God,
Allen:   In het donker wachten wij –
Vg.:      omdat ons leven soms tot stilstand is gekomen
en wachten het enige is dat ons rest.
Allen:   In het donker wachten wij –
Vg.:      omdat we beseffen dat het ons aan kracht ontbreekt
om het duister te doorklieven.
Allen:   In het donker wachten wij –
Vg.:      met alles wat we meebrengen
aan hoop en verwachting,
aan zorg en verdriet,
aan schuld en verlorenheid.
Allen:   In het donker wachten wij –
Vg.:      en roepen uw Naam:
dat U met ons bent.
Allen:   Omwille van uw naam,
omwille van uw trouw,
Vg.:      Om uw vrede, om hoop,
om uw licht en een nieuw begin.

Allen:   Amen.

Lied 1005:1 en refrein ‘Zoekend naar licht’
  1. Zoekend naar licht, hier in het duister,
Zoeken wij U, waarheid en kracht.
Maak ons uw volk, heilig, vol luister,
Schijn in de donk’re nacht.
Refrein:           
Christus, ons licht,
Schijn door ons heen, schijn door het duister.
Christus, ons licht,
Schijn ook vandaag, hier in uw huis.

Lezing Johannes 20:1 door Anja de Jong
zo mogelijk gaan we staan
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het ​graf. Ze zag dat de steen van de opening van het ​graf​ was weggehaald…

Lied 632:1,2,3 ‘Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.

De brandende Paaskaars en de liturgische kleden worden door de diakenen de kerk binnengedragen en komen op hun plaats te staan.
  1. Dit is de dag die de Heer heeft
    gemaakt en gegeven.
    Laat ons Hem loven en danken,
    verheugd dat wij leven.
    Diep in de nacht
    heeft Hij verlossing gebracht,
    heeft Hij ons licht aangeheven.
  2. Waren wij dood door de zonde,
    verminkt en verloren,
    doven van harte,
    verhard om zijn woord niet te horen,
    Hij is zo groot,
    Hij overmande de dood.
    Wij zijn in Jezus herboren.
  3. Nu zend uw Geest, als een vuur,
    als een stem in ons midden.
    Dat wij van harte
    elkander verstaan en beminnen
    en zo voortaan
    eren uw heilige naam
    en U in waarheid aanbidden.
Bij de Paaskaars – naar Romeinen 13:12
Vg.:      De nacht is voorbijgegaan,
de dag breekt aan.
Het licht van Christus,
die in heerlijkheid verrezen is,
verdrijft de duisternis uit ons leven.
 Allen:  Amen.

Lied 598 ‘Als alles duister is’
Als alles duister is,
Ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft…

Het licht van Pasen verspreid zich en verdrijft de duisternis. Zo mogelijk blijven wij staan, maar ga gerust zitten als het u te lang duurt. Als alle kaarsen branden stoppen we met zingen.

Lezing Kolossenzen 1:13
Vg.:      God heeft ons gered
uit de macht van de duisternis
en ons overgebracht
naar het rijk van zijn geliefde Zoon.
Allen: Amen.

Lied 637: 1 en 3:
O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon, voor wie het duister zwicht,
de Zoon is als de zon, zo licht!

De oude nacht voorgoed gedood,
de toekomst kleurt de morgen rood;
zie hier hoe God vergevend is
en hoe zijn liefde levend is.
Verinnerlijking van het licht
Vg.:      Dit is de vreugde van deze nacht,
dit heilig vuur, dit Paaslicht.
Mag het blijven schijnen
in onze donkere tijden
en een vuurkolom zijn
dat ons leidt naar Gods toekomst.
Allen:   Laat het schijnen in mijn hart,
In alles wat ik doe,
morgen en alle dagen.
In mij, o Heer, laat er licht zijn.

Wij doven onze kaarsen en kunnen gaan zitten. Enkele, maar niet alle lampen in de kerk gaan weer branden.

Gedicht ‘Maitiid’ van Folkje Koster Voorgelezen door Douwine Reitsma

de winter is ferjage
de maitiid komt der oan
fuort mei de koarte dagen
it ljocht set no de toan

snieklokjes komme boppe
knoppen sprute út
bern dy’t laitsj’ en roppe
gjin iis mear op it rút

oer ’t lân in waas fan grien
ljippen geane oer de wjok
mei pols en pet de lannen yn
foar aisikers it grutste lok

lamkes yn de finne
hja dartelje yn ’t rûn
waarmje har yn de sinne
ha harren frijheid fûn

minsken brûzje en siede
de maitiid sit yn ’t bloed
nije krêft sil harren liede
sy binne wer fol moed

de winter is ferjage
de maitiid komt der oan
fuort mei de koarte dagen
it ljocht set no de toan

Vraag en antwoord (Lector: Cilia Hiemstra)

Lector: Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?

Allen:   Omdat wij in deze nacht gedenken
hoe God in elke duisternis
het licht doet overwinnen.

Lector: Daarom horen we uit het boek Genesis:

Schriftlezing Genesis 1:1-5 NBV
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
God zei: 'Er moet licht komen,' en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Lied 513:1 ‘God heeft het eerste woord’
God heeft het eerste woord.
Hij heeft in den beginne,
het licht doen overwinnen,
Hij spreekt nog altijd voort.

Vraag en antwoord (Lector: Teatske Broersma)

Lector: Waarom is deze nacht zo anders dan alle andere nachten?

Allen:    Omdat God in deze nacht
zijn volk uit Egypte heeft geleid
en droogvoets liet gaan door de zee.

Lector: Daarom horen wij uit het boek Exodus:

Schriftlezing Exodus 14:19-22 Bijbel in Gewone Taal

Steeds was de ​engel​ van de Heer voor de Israëlieten uit gegaan. Maar nu ging hij achter hen staan. Ook de wolk die steeds voor hen was, ging naar achteren. De wolk was nu tussen het ​leger​ van de Egyptenaren en het ​leger​ van de Israëlieten. Aan de kant van de Israëlieten gaf de wolk de hele nacht licht. Maar aan de kant van de Egyptenaren maakte hij alles donker. Daardoor konden zij de Israëlieten niet inhalen.
Toen hield ​Mozes​ zijn stok omhoog boven de zee. De Heer liet de hele nacht een harde oostenwind waaien. Het water stroomde naar twee kanten, en er kwam droge grond tevoorschijn. Rechts en links was een muur van water. Daartussen konden de Israëlieten door de zee lopen, over droge grond.

Lied 350:1 en 4 ‘Het water van de grote vloed’
  1. Het water van de grote vloed
    en van de zee zo rood als bloed,
    dat is de aardse moederschoot,
    dat is de diepte van de dood.
     
  1. Wij staan geschreven in zijn hand,
    Hij voert ons naar ’t beloofde land.
    Als kind’ren gaan wij zingend voort,
    de Vader is het die ons hoort.
Vraag en antwoord (Lector: Clazina Reitsma)

Lector: Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?

Allen:    Omdat God in Jezus Christus heeft laten zien
dat de dood niet het laatste woord heeft.
Lector: Daarom horen wij uit het evangelie van Lucas:

Schriftlezing Lucas 24:1-11 NBV
(Over de vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea)
1 Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. 2 Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, 3 en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 5 Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: 'Waarom zoekt u de levende onder de doden? 6 Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: 7 de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.' 8 Toen herinnerden ze zich zijn woorden.
9 Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd. 10 De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, 11 maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet.

Lied 321:6 en 7 “Niet als een storm, als een vloed
  1. Niet in het graf van voorbij,
    niet in een tempel van dromen,
    hier in ons midden is Hij,
    hier in de schaduw der hoop.
     
  2. Hier in dit stervend bestaan
    wordt Hij voor ons geloofwaardig,
    worden wij mensen van God,
    liefde op leven en dood.
Meditatie bij schriftlezing en schilderij
Lied 624:1 ‘Christus, onze Heer, verrees’
  1. Christus, onze Heer, verrees, halleluja!
    Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!
    Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,
    bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!
Gebeden
Vg.:      Eeuwige God,

Dat bidden wij door Jezus Christus, onze Heer,
die ons leerde bidden:
Allen:   Onze Vader,
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.
DOOPGEDACHTENIS
Bestaande uit Psalm 42, doopgebed, de ‘verzaking’ (vragen van afkeer van het kwaad en toewijding aan God), de geloofsbelijdenis, het kruisteken en een gebed.

Doopwater wordt ingeschonken door Wietse Reitsma

Psalm 42 in beurtspraak (naar Lied 42a:1) – gesproken bij het doopvont
Vg.:      Zoals een hert reikhalst naar levend water,
Allen:   zo wil ik, God, met heel mijn wezen naar U toe.
Vg.:      Ik dorst naar God,
Allen:   Ik dorst naar God, de levende God.

Gebed
Vg.:      Met de kerk van alle tijden en plaatsen
met de apostelen en martelaren,
met alle heiligen die ons zijn voorgegaan
en met heel de schepping die zucht,
roepen wij tot U, de levende God
om uw ontferming en genade.
U hebt door de doop van Jezus Christus
ook de doodsjordaan geheiligd,
en alle water dat ons overstelpt
reinigt U tot een overvloed van heil;
zo bidden wij dan:
Allen:   Heer, ontferm U over ons.
Vg.:      Ontferm U, Heer, over uw gemeente,
Sterk haar met een warm geloof,
   goede hoop
   en trouwe liefde.
Allen: Amen.

Verzaking en bekering allen gaan zo mogelijk staan
Vg.:      Broeders en zusters,
dit is de nacht
waarin wij worden teruggebracht
naar de oorsprong van onze doop:
wij zijn door het water gegaan,
de naam van God
is over ons uitgesproken
en wij zijn met Hem verbonden.
Daarom vraag ik u allen,
die uw doop wilt gedenken,
om te antwoorden op de volgende vragen:
Wilt u de Heer, uw God, dienen
en naar zijn stem horen?
Allen:   Ja, dat wil ik.
Vg.:      Wilt u zich verzetten tegen alle machten
die als goden over ons willen heersen?
Allen:   Ja, dat wil ik.
Vg.:      Wilt u ieder slavenjuk afwerpen
en leven in de vrijheid van Gods kinderen?
Allen:   Ja, dat wil ik.
Geloofsbelijdenis
Vg.:      Schaam u dan niet Jezus Christus te belijden,
want het evangelie is een kracht van God
tot redding van allen die geloven
en zing mee met de kerk van alle eeuwen:

Lied ‘Ik geloof dat er een God is’
Op de melodie van ‘Wat de toekomst brenge moge’
Ik geloof dat er een God is
die de mensen leven geeft,
die er is voor wij er waren,
die zal zijn, die eeuwig leeft.
Ik geloof in Jezus Christus
die de mens is voorgegaan,
die de dood heeft overwonnen,
Hij biedt ons nieuw leven aan.

Ik geloof in Kracht van boven,
in de Geest die inspireert,
die op zoek blijft naar ons mensen,
die ons trouw en liefde leert.
Ik geloof in Eeuwig leven,
leven dat ons overstijgt,
geen begin en ook geen einde,
leven waar men deel aan krijgt.
Doopgedachtenis
Als teken van het beamen van uw doop, als teken dat u bij God wilt horen en u zich aan Hem wilt wijden, kunnen allen die gedoopt zijn naar het doopvont komen om...
…met het water uit het doopvont een kruisteken op het voorhoofd van de voorganger te ontvangen
of
…met uw vingertoppen door het water van het doopvont te gaan.
Tijdens de doopgedachtenis zingen wij zo mogelijk staande:

Lied 103e ‘Bless the Lord’ / ‘Prijs de Heer, mijn ziel’ (Taizé)

Prijs de Heer, mijn ziel
en prijs zijn heil'ge naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
die mij het leven geeft.
(Herhalen tot iedereen gelegenheid heeft gehad)

Als iedereen die dat wilde zijn of haar doop heeft herdacht, zegt de voorganger:

Vg.:      Mag de eeuwige God,
in wiens naam wij eens gedoopt zijn
ons bewaren in zijn genade,
ons sterken door zijn Geest
en ons vullen met zijn liefde
in Jezus Christus, onze Heer.
Allen:   Amen.

Slotlied 612:2,3
op melodie ‘Laat ons de Heer lofzingen’ (Lied 864)
 
  1. Geroepen om te leven,
    Gehouden aan zijn woord
    Van uitgesproken vrede,
    Van liefde ongehoord.
    Herboren, uitgetogen
    Uit de toevalligheid,
    Bestemd voor de genade,
    Het donker al voorbij.
     
  2. Getekend voor ons leven
Als kind’ren van het licht,
Gezaaid op hoop van zegen
De dag als vergezicht
God, breng ons zelf op adem
En treed in ons bestaan
Bezegel onze vreugde
Hier met uw eigen naam!
Gebed
Vg.:      Schepper van hemel en aarde,
wij danken U voor deze nacht
waarin uw licht over ons opging
in Jezus, uw Zoon.
Wij danken U voor de hoop op leven
die U in ons wakker hebt geroepen.
Wij danken U dat deze nacht
christenen wereldwijd
met de gloed van het licht van Pasen
op hun gezichten
vernieuwd worden door hoop.
Daarom bidden wij U:
dat het zo mag blijven,
dat wij gelukkig mogen zijn
om het leven dat U ons geeft,
dat wij uw volk mogen zijn
en U onze God,
alle dagen en nachten van ons leven,
tot in eeuwigheid.
Allen:   Amen.

Zegen
Vg.:      Ga heen in de vrede,
de blijdschap
en het licht van de Heer.
Allen:   God zij lof en dank. Amen.


Rembrandt, De opstanding van Christus (c. 1639)
Schilderij, 92 x 67 cm,
Alte Pinakothek, München

 
terug